Acceptatieplicht
Iedereen die werkt in een bepaalde bedrijfstak wordt door het bedrijfstakpensioenfonds geaccepteerd. Er zijn geen onverzekerbare risico's bij een bedrijfstakpensioenfonds.
Actuarieel herrekenen
Het opnieuw berekenen van de pensioenaanspraken. Bijvoorbeeld bij een (gedeeltelijk) gewijzigde ingangsdatum of bij omzetting in partnerpensioen. Daarbij tellen de actuariële grondslagen.
Actuariële grondslagen
Dit zijn gegevens zoals rekenrente, sterftekansen, kansen op arbeidsongeschikheid, loonontwikkeling en kosten. Ze worden gebruikt om de hoogte van premie en voorzieningen te berekenen die nodig zijn om de pensioentoezeggingen te realiseren.
Afkoopwaarde
Het bedrag dat ineens wordt uitgekeerd ter vervanging van de verplichting om in de toekomst pensioen uit te keren. Er mag alleen worden afgekocht bij minder dan één jaar deelname aan een pensioenregeling; bij waarde-overdracht; bij een klein pensioen dat per jaar niet meer uitbetaalt dan 420,69 euro (stand 2010); bij het overschrijden van maximum in te kopen pensioen op basis van een beschikbare premieregeling.
Anw
Anw staat voor: Algemene nabestaandenwet. Bij het overlijden van de verzekerde geeft de Anw recht op een nabestaandenuitkering aan de partner, als deze jonger is dan 65 jaar. Een partner is degene met wie de overleden verzekerde gehuwd was, een geregistreerd partnerschap had, of een gemeenschappelijke huishouding voerde. Het recht op een Anw-uitkering is afhankelijk van leeftijd, gezinssamenstelling en mate van arbeids(on)geschiktheid van de nabestaande. Ook is eigen inkomen van invloed op de hoogte van de Anw-uitkering.
AOW
AOW staat voor: Algemene Ouderdomswet. De uitkering is een basispensioen en gaat in op de eerste dag van de maand waarin de verzekerde 65 jaar wordt. Ze loopt tot aan de laatste dag van de maand waarin de verzekerde overlijdt. De hoogte van het AOW-pensioen wordt bepaald door het aantal jaar dat iemand in Nederland heeft verbleven tussen 15 en 65 jaar. Het is ook afhankelijk van de burgerlijke staat en de gezinssituatie van de verzekerde. De AOW wordt uitgevoerd door de SVB.
Backservice
Is slechts van toepassing bij een eindloonregeling. Het is een verhoging van pensioenaanspraken over de achterliggende dienstjaren, als de pensioengrondslag wordt verhoogd, bijvoorbeeld bij salarisstijging.
Bedrijfstakpensioenfonds
Een bedrijfstakpensioenfonds is een uitvoerder van één pensioenregeling. Deze pensioenregeling voert zij meestal uit voor één of meer bedrijfstakken. De werkgevers uit deze bedrijfstakken zijn doorgaans verplicht zich bij het bedrijfstakpensioenfonds aan te sluiten. Doorgaans schrijft de CAO dat voor.
Beroepspensioenfonds
Een fonds voor de beoefenaren van een bepaald beroep, zoals artsen, verloskundigen, loodsen en apothekers. De beroepsgenoten zijn verplicht zich erbij aan te sluiten.
Beschikbare premieregeling
Een pensioensysteem waarbij de hoogte van de uitkering afhankelijk is van de betaalde premie en de daarmee behaalde beleggingsopbrengsten. Pas bij pensioneren wordt de precieze hoogte van het pensioen vastgesteld. Bij andere typen pensioenregelingen wordt eerst de pensioenhoogte vastgesteld en vervolgens de hoogte van de premie die daarvoor nodig zijn.
Centrale Samenwerkende Ouderenorganisaties
Onder de koepel CSO vallen vier ouderenorganisaties: Unie KBO, PCOB, NVOG en NOOM. Hierbij zijn ruim 550.000 ouderen aangesloten.
Collectieve pensioenregeling
Pensioenregeling van een werkgever die geldt voor alle voor werknemers.
Combinatieregeling
Dit is een pensioenregeling die is samengesteld uit twee of meer pensioensystemen. Bijvoorbeeld een eindloon- en middelloonregeling over een deel van het salaris. Daarboven geldt een beschikbare premieregeling. De verschillende systemen zijn vaak voor verschillende salariscomponenten.
Deelnemer
Een werknemer voor wie pensioenrechten worden opgebouwd bij een pensioenfonds of een levensverzekeringsmaatschappij.
Deelnemersraad
Via een deelnemersraad kunnen werkende deelnemers en gepensioneerden invloed uitoefenen op de uitvoering van de pensioenregeling. Bij een bedrijfstakpensioenfonds is een deelnemersraad verplicht. Soms kunnen ook slapers zitting nemen in een deelnemersraad.
Deeltijdpensioen
Pensionering waarbij de werknemer voor een deel met pensioen gaat en voor een deel blijft werken. Het kan een vorm van vervroegde pensionering zijn.
Dekkingsgraad
De dekkingsgraad is een indicatie voor de financiële gezondheid van een pensioenfonds. Het percentage geeft de verhouding aan tussen het fondsvermogen en de verplichtingen van het fonds. De dekkingsgraad moet minimaal 105 procent zijn. Zakt het fonds daaronder dan moet het maatregelen nemen om de vermogenspositie te herstellen.
Demotie
Het aanvaarden van een lagere functie met het daarbij horende lagere salaris. Gebeurt dit binnen tien jaar voor de pensionering dan mag de pensioenopbouw naar keuze worden voortgezet op basis van het eerder genoten loon.
Dienstjaar
Staat gelijk aan een deelnemingsjaar in een pensioenfonds. Onder bepaalde voorwaarden kunnen werknemers soms extra dienstjaren inkopen om een opgelopen pensioentekort aan te vullen.
Eindloonregeling
Een pensioensysteem waarbij de hoogte van het ouderdomspensioen wordt bepaald door de laatst vastgestelde pensioengrondslag.
Factor A
Deze factor geeft de pensioenaangroei aan in een bepaald jaar. Deze moet jaarlijks aan de deelnemer worden bekend gemaakt. Met de Factor A kan iemand zijn jaarruimte berekenen om vast te stellen of er nog extra aftrek van lijfrentepremie mogelijk is.
Fictieve deelnemersjaren
Deze jaren tellen mee bij de berekening van het pensioen, terwijl de deelnemer nog niet in dienst was bij de huidige werkgever. Fictieve jaren ontstaan door waardeoverdracht.
FOR
De Fiscale Oudedagsreserve is voor zelfstandige ondernemers. Ze kunnen een deel van hun winst in de oudedagsreserve storten, en zo belastingheffing uitstellen.
Franchise
Dit is het deel van het salaris waarover geen pensioen wordt opgebouwd omdat men later AOW ontvangt. De hoogte van de franchise is vaak afgeleid van de hoogte van het AOW-pensioen. Het ouderdomspensioen is namelijk een aanvulling op de AOW.
Geregistreerd partnerschap
Een bij de burgerlijke stand geregistreerde partner wordt gelijkgesteld met een huwelijkspartner voor pensioenrechtelijke zaken.
Gewezen deelnemer
Ook wel slaper genoemd. Iemand die aan een pensioenregeling heeft deelgenomen, maar door het verlaten van het bedrijf of de bedrijfstak niet meer onder deze regeling valt. De premiebetaling is dan gestopt. Er kan aanspraak worden gemaakt op de opgebouwde rechten bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
Herstelplan
Als de dekkingsgraad van een pensioenfonds onder 105 procent zakt dan moet het fonds een herstelplan indienen bij De Nederlandsche Bank. In het herstelplan moeten de maatregelen staan die het fonds in staat stellen de buffers binnen vijf jaar weer op het vereiste niveau te brengen.
Hoog/laag-constructie
Deze stelt iemand in staat in de eerste jaren van zijn pensioen te kiezen voor een hogere uitkering, en daarna voor een lagere. Het mag ook omgekeerd. De constructie kan ook worden toegepast om voor het bereiken van de 65-jarige leeftijd een relatief hoge pensioenuitkering te krijgen ter compensatie van het ontbreken van AOW.
Indexatie
Het opgebouwde pensioen wordt verhoogd met de loonontwikkeling of de inflatie. Het geldt in principe voor alle deelnemers: actieven en gepensioneerden. Ook pensioen van slapers wordt geindexeerd. Bijna altijd is indexatie voorwaardelijk: ze wordt niet of slechts deels toegepast afhankelijk van de financiële buffers. Indexatie moet de koopkracht van een pensioen beschermen.
Kapitaaldekking
Bij kapitaaldekking wordt meteen bij het toekennen van pensioenaanspraken kapitaal opzij gelegd. Daaruit wordt later het pensioen betaald. Dit geld wordt door de pensioenverzekeraar beheerd en belegd.
Levensloopregeling
Fiscaalvriendelijke spaarregeling voor het financieren van verschillende soorten onbetaald verlof, zoals vervroegde pensionering. De huidige regering wil deze regeling na 2011 omzetten in een vitaliteitsregeling, die niet langer vervroegde pensionering mogelijk maakt, maar hooguit deeltijdpensioen.
Lijfrente
Wordt periodiek aan iemand uitbetaald, doorgaans uit een lijfrenteverzekering. De uitkering vindt plaats gedurende een vooraf bepaalde periode, of levenslang en stopt dan bij overlijden van de verzekerde.
Loonontwikkeling
De algemene ontwikkeling van de lonen binnen een bepaalde onderneming of bepaalde bedrijfstak. De loonontwikkeling wordt vaak gebruikt als maatstaf voor het vaststellen van de indexatie.
Middelloonregeling
Dit is een pensioensysteem waarbij de hoogte van het ouderdomspensioen jaarlijks wordt berekend op basis van het salaris in dat jaar. Er ontstaat pensioenopbouw op basis van de gemiddelde pensioengrondslag. Onder voorwaarden wordt het totaal opgebouwde kapitaal jaarlijks geindexeerd.
Nabestaandenpensioen
Dit is een verzamelnaam voor partnerpensioen en wezenpensioen. Het wordt uitgekeerd bij overlijden van de deelnemer aan zijn nabestaanden (partner en/of kinderen).
Omkeerregeling
De pensioenpremie die iemand tijdens zijn werkzame leven betaalt, wordt niet belast. Pas als het pensioen tot uitkering komt wordt er belasting over geheven.
Omslagstelsel
In dit stelsel betalen werkenden de premies waarmee op dat moment uitkeringen worden gedaan. Zo wordt de AOW en de Vut gefinancierd. Bij aanvullende pensioenen is dit stelsel niet toegestaan.
Ondernemingspensioenfonds
Een fonds dat aan één of meerdere ondernemingen is verbonden. Een ondernemingspensioenfonds is doorgaans een stichting.
Ouderdomspensioen
Het pensioen dat na pensionering van de deelnemer levenslang maandelijks wordt uitgekeerd. Na het overlijden van de deelnemer wordt het ouderdomspensioen vaak voor 70 procent omgezet in een partnerpensioen voor de nog levende partner.
Partnerpensioen
Pensioen dat wordt uitgekeerd aan de partner bij overlijden van de deelnemer. Onder partner wordt verstaan: degene met wie de overleden verzekerde gehuwd was, een geregistreerd partnerschap had, of een gemeenschappelijke huishouding voerde. Niet elke pensioenregeling heeft overigens een pensioen voor ongehuwde partners.
Pensioenbreuk
Wie van werk verandert, kan van pensioenregeling moeten veranderen. Daardoor kan een pensioenbreuk ontstaan: de opbouw van pensioen raakt verstoord, wat koopkrachtverlies geeft.
Pensioenbrief
Een schriftelijke overeenkomst over de pensioenregeling die wordt gesloten tussen de werkgever en de werknemer.
Pensioengevend salaris
Het jaarsalaris dat als uitgangspunt wordt gebruikt bij het bepalen van de pensioenopbouw. In het algemeen zijn vakantiegeld en andere vaste onderdelen van het salaris hierbij inbegrepen. Bij een middelloonregeling wordt vaak ook nog rekening gehouden met variabele beloningen.
Pensioengrondslag
Dit is het pensioengevend salaris verminderd met de franchise die geldt voor dat jaar. De uitkomst vormt de grondslag voor de pensioenopbouw van de deelnemer.
Pensioenwet
Hierin staat beschreven wat de taken en verantwoordelijkheden zijn van werkgever, werknemer en pensioenuitvoerder in relatie tot het pensioen. De Pensioenwet trad in werking op 1 januari 2007.
Prepensioen
Prepensioen is een vorm van vervroegde pensionering. Sinds 1 januari 2006 is dit niet langer fiscaal toegestaan voor deelnemers die zijn geboren op of na 1 januari 1950.
Risicodekking
Hierbij wordt geen kapitaal opgebouwd, maar wordt slechts een risico verzekerd. Dit wordt vaak gebruikt bij een nabestaandenpensioen. Als de deelnemer uit dienst gaat, dan is er geen nabestaandenpensioen meer verzekerd. Bij kapitaaldekking zal er wel sprake zijn van een nabestaandenpensioenuitkering bij overlijden na het beeindigen van de dienstbetrekking.
Scheiding
Bij echtscheiding of het verbreken van een geregistreerde partnerrelatie ontstaat een nieuwe pensioensituatie. De ex krijgt recht op de helft van het pensioen dat tijdens het huwelijk of het geregistreerd partnerschap is opgebouwd. De ex krijgt dit pas op het moment dat de ander met pensioen gaat.
Toeslagverlening
De jaarlijkse compensatie van het pensioen voor gestegen prijzen of loonontwikkeling. Dit wordt ook vaak indexatie genoemd. Het moet pensioen waardevast houden.
Uitruil
Deelnemers hebben de mogelijkheid om het opgebouwde partnerpensioen om te zetten (uit te ruilen) in een hoger, of eerder ingaand ouderdomspensioen. Het mag ook andersom: een deel van het ouderdomspensioen omzetten in partnerpensioen.
Uniform Pensioen Overzicht
Actieve deelnemers krijgen een jaarlijks overzicht van hun pensioenfonds met een overzicht van hun tot dan toe opgebouwde rechten. Niet-actieve deelnemers (slapers en gepensioneerden) krijgen een maal in de vijf jaar een overzicht. Op dit UPO staan bruto bedragen; er is op te vinden wat iemand krijgt als hij nu stopt met premie betalen bij een fonds, en wat hij krijgt - met de kennis van nu! - bij voorzetting van premiebetaling tot pensionering.
Vut
Vut staat voor vervroegde uittreding voor het 65-ste levensjaar. Vanaf 1 januari 2006 zijn Vut-regelingen fiscaal niet meer toegestaan, behalve voor deelnemers die voor 1 januari 1950 zijn geboren.
Wezenpensioen
Pensioen dat wordt uitgekeerd aan de kinderen van de overleden deelnemer. Deze uitkering duurt meestal totdat de kinderen een bepaalde leeftijd hebben bereikt. Daarnaast wordt voor volle wezen (waarvan beide ouders niet meer in leven zijn) de uitkering vaak verdubbeld.