Het pensioenconflict binnen de FNV heeft twee werelden blootgelegd. Er zijn groepen die hechten aan oude zekerheden en daar zo weinig mogelijk concessies aan willen doen. Daartegenover staan mensen die zich verzoenen met de nieuwe realiteit die zich kenmerkt door meer instabiliteit en meer risico's, maar ook meer kansen.
FNV is er bij de grote pensioenhervorming niet in geslaagd deze werelden met elkaar te verzoenen. Het hindert de belangrijkste vakvereniging, en maakt haar op centraal niveau minder effectief.
De positie van de vakcentrale FNV is precair. Agnes Jongerius moet in een spagaat om alle bonden binnenboord te houden, maar die maken op de moeilijkste momenten duidelijk dat ze hechten aan hun autonomie.
Dat maakt het 'polderen' tot een ontzettend lastige oefening. Helemaal in een steeds meer gepolariseerd politiek klimaat. De vakbeweging - belangenbehartiger van werknemers, uitkeringsgerechtigden én gepensioneerden - neemt al enkele decennia een middenpositie in bij de strijd om de sociaal-economische inrichting van Nederland.
Dat wordt soms treffend zichtbaar als bijvoorbeeld de MHP (de kleinste vakbondskoepel die opkomt voor de bovenmodalen) zich opwindt over Wajongers of de teloorgang van sociale werkplaatsen - niet direct haar natuurlijke achterban.
Terwijl de vakbeweging in het grote politieke midden opereert, waar draagvlak wordt gezocht voor belangrijke hervormingen van pensioen, sociale zekerheid en arbeidsmarkt, radicaliseert een deel van de leden. Die hebben hun politieke onderdak gevonden bij SP en PVV, partijen met de minste sociaal-economische hervormingsdrang.
Bij de pensioendiscussie kwam dit maximaal boven bij de FNV. Een deel van de leden hecht zo aan financiële zekerheid dat ze liever genoegen neemt met een lager, maar relatief stabiel pensioen, dan met een pensioen waarin de beleggingsrendementen rechtstreeks doorwerken. Wie kiest voor de tweede benadering, is meer bereid te accepteren dat financiële risico's onderdeel zijn van het bestaan: je plukt er de vruchten van, maar voelt ook eerder de gevolgen van een crisis.
Bij het maken van die keuze speelt vermoedelijk de financiële weerbaarheid van mensen een grote rol. Wie met een laag inkomen moet leven, wil pensioen niet zien als een beleggingsgok. Er is een oudere generatie werknemers met (beneden-)modale salarissen, die de haar zo vertrouwde verzorgingsstaat heeft zien wegvallen, en het pensioen als een soort laatste garantie beschouwt in deze behoorlijk onzekere economische tijden. Dat is precies waar FNV Bondgenoten op heeft aangekoerst.
Jongere generaties, en mensen met meer financiële reserve hebben minder moeite met de grillen van de aandelenmarkten in relatie tot het pensioen. Bovendien voelen ze dat solidariteit steeds moeilijker te organiseren is. Dat maakt het leven onzekerder, avontuurlijker ook, en dat mag wat hun betreft ook tot uiting komen in de vormgeving van hun pensioen.
Laatste reacties